Vive La Veuve!

Vive La Veuve!

Bierpassie bloednuchter over de guillotine.

Liberté, égalité, fraternité. De leuze van de Franse Revolutie werd een rode draad die sommigen wilden doortrekken tot in de dood. Een van hen was de arts Joseph-Ignace Guillotin. Hij kende als geen ander de malheuren die regelmatig gebeurden tijdens executies. Gewone stervelingen die ter dood werden gebracht, stierven tijdens het Ancien Régime door ophanging. Afhankelijk van de ervaring (en het humeur) van de beul betekende dat een gewisse dood of een tergend lang en pijnlijk einde. Edellieden kregen het voorrecht van een dood door onthoofding met het zwaard. Hoewel. Ook daar kon het stevig misgaan. Want een beul miste al eens, wat tot geknoei leidde. En dan zwijgen we van meerdere executies na elkaar. Elke beul wist: één keer hakken, en het zwaard is zo goed als bot. Een aangenaam vooruitzicht voor wie als nummer vier op het schavot mocht. Met het zinnetje “Tout condamné à mort aura la tête tranchée” bracht de Nationale Assemblée de leuze van de Franse Revolutie tot aan de voet van het schavot. Dokter Guillotin, die tegen de doodstraf was, vond een snelle, pijnloze dood het minste van alle kwaad. Een populair liedje uit die tijd verbond de naam van de arts aan de machine die werd gebouwd onder toezicht van Antoine Louis, de echte geestelijke vader van de guillotine. Executeur Charles Henri Sanson testte de nieuwe machine uit op lijken. Sanson had al genoeg in bloed gebaad om zelf een groot voorstander te zijn van de nieuwe methode.
Op 25 april 1792 ging Nicolas Jacques Pelletier, een ordinaire Parijse straatboef, de geschiedenis in als de eerste man die zijn hoofd verloor op de guillotine. De Weduwe, zoals ze vaak wordt genoemd door ingewijden, deed alleen iets té goed haar werk. De meute die was opgedaagd voor die eerste executie was ontgoocheld. Geen spektakel, geen langgerekte doodstrijd, alleen een straal slagaderlijk bloed op het moment dat de valbijl het hoofd van de rest van Pelletier scheidde.
De guillotine die afgebeeld staat op het etiket van het Guillotine bier is het model van Berger, in gebruik sinds 1872. Dit model gebruikte Fernand Meyssonnier, de Franse executeur in Algerije, voor een driehonderdtal executies. Meyssonnier was geheelonthouder maar zou zeker een glas van het bier in zijn collectie over de guillotine hebben opgenomen. Toen Meyssonnier hoorde dat hij voor de tweede keer aan kanker leed, vertrouwde hij me toe: “Mocht ik kunnen kiezen, zou ik op de guillotine willen sterven. Liever dat dan te vergaan door kanker. Bij ons liep het gesmeerd. Als iedereen zijn werk deed, lagen er vier seconden tussen voet aan de guillotine zetten en een afgehakt hoofd.”

Bron: Katrien Bruyland, Bierpassie Magazine, 2013, Nr. 57