10 + 1 vragen - Anthony Martin

10 + 1 vragen - Anthony Martin

Op dinsdag 11 september 2012 kom ik bij brouwerij Timmermans te Itterbeek toe waar de secretaresse van dienst mij aankondigde dat Anthony Martin mij opwachtte in de hoodszetel van John Martin’s te Genval. Dit gaf mij de gelegenheid om vast te stelle hoe gelukkig ik ben om in Dardennen te wonen. Het duurde een dik uur om de 30 km van Itterbeek naar Genval af te leggen! 

Het ongemakkelijk gevoel van het in de war lopen van het tijdsschema werd ruimschoots goedgemaakt door de verrijkende en aangename ontmoeting met Anthony Martin. Na een telefoontje van Anthony waarin hij het had over een “kleine verwarring” in zijn agenda was hij startensklaar voor deze eerste ontmoeting.
Anthony stelt vast dat slechts een twintigtal personen uit het kleine belgische bierwereldje er prat op kunnen gaan om onze “status” te hebben en nochtans, in deze kleine wereld heeft iedereen nog niet met iedereen kunnen praten… wij kennen elkaar een beetje dankzij de pers.
Anthony vindt dat er plaats is voor een klein clubje van “legendarische” personages uit de Belgische bierwereld… er komt misschien een dag dat hieruit een “home” voor brouwers het daglicht zou kunnen zien?
Waarom een zeilschip als symbool van “The Finest Drinks Company”?
John Martin is in Engeland te Newmarket geboren op 15 februari 1886. Hij studeerde er voor meester-brouwer. Op een gegeven ogenblik besliste hij om het Kanaal over te steken en hij vestigde zich in Antwerpen in 1909. In de “koekenstad” bekwam hij een contract als scheepsleverancier (shipchandler) voor de Red Star Line. Van 1873 tot 1935 vervoerde de Red Star Line 3 miljoen passagiers van Antwerpen naar New-York. De gebouwen van de Red Star Line bestaan nog steeds (www.redstarline.be). Vrij snel na zijn aankomst zag John Martin in dat het beroep van shipchandler weinig toekomst had. De zeilboten werden vervangen door stoomboten. Deze stoomboten vaarden ook alsmaar sneller en ze vervoerden minder en minder passagiers.
John Martin legde zich vanaf dan toe op de ontwikkeling en de distributie van dranken. Het is uit respect voor zijn “shipchandler” periode dat het zeilschip door “John Martin” gekozen werd als het symbool van zijn bedrijf. Alzo richtte John Martin zijn bedrijf op dat zou uitgroeien tot “The Finest Drinks Company”.
Al heel vlug zouden samenwerkingsakkoorden de basis vormen van een opmerkelijk bedrijf, gespecialiseerd in de ontwikkeling en de distributie van opmerkelijke kwaliteitsdranken.
Het drankenmerk Schweppes bestond reeds sinds 1792 en was enkel in Engeland verkrijgbaar. Tot in 1910, de 24 jarige John Martin het in zijn hoofd kreeg om deze drank eerst in België op de markt te brengen en nadien over heel het continent.

GUINNESS GXS…

Het gamma van goede Britse dranken werd eerst uitgebreid met de Bass Pale Ale en vervolgens, in 1912, met de Guinness GXS die vervoerd werd in tonnen van 244 liter om in de Everaertstraat 105 te Antwerpen te worden afgevud. Eén Frank betaalde je toen in de Antwerpse café’s voor een flesje Guinness.
Het kontrakt voor de import en de distributie van de Guinness GXS had een looptijd van 90 jaar en werd voor een onbepaalde tijd verlengd. De firma John Martin is nu de oudste Guinness distributeur van de hele wereld! De Guinness GXS wordt uisluitend gebrouwen voor John Martin. Met een alcoholsterkte van 8 vol. % alc. is deze unieke Guinness GXS ongewoon sterk en was het bij haar introductie op de Belgische markt het sterkste verkrijgbaar bier. Ja, in die tijd was Belgisch bier nog fluitjesbier! Het begrip Belgisch Speciaalbier, zoals wij het verstaan, diende nog te worden uitgevonden.
Stonden John Martin, Joseph Grade, Albert Moortgat & William Younger aan de wieg van het “Belgisch Speciaalbier”?
Na de eerste wereldoorlog waren de Britse bieren: Martin’s – Bass – Gordon – Guinnes – Bulldog – William Younger, ingevoerd en verdeeld door John Martin alomtegenwoordig in de grote steden.
De Britse bieren waren toen de referentiesmaak en dit ontsnapte niet aan de meest ondernemende belgische brouwers. In 1922 besloot Albert Moortgat om bij de William Youngers brouwerij in Edinburg gist te gaan halen. Een jaar later gevolgd door Jules Grade.
Jules Grade zou er later de Vieux-Temps en de Leffe mee brouwen en Albert Moortgat eerst de “Victoria Ale” een donkere scotch die nadien lichter werd van kleur en van naam veranderde: DUVEL.
Door de hergisting in de fles kregen de andere belgische brouwers eveneens de William Younger’s gist binnen handbereik. Het opkweken van gist vanuit een fles met hergist bier is voor een thuisbrouwer kinderspel, wat een thuisbrouwer kan moet een beroepsbrouwer toch ook kunnen.
Vandaag, hebben de meeste Belgische Speciaalbieren iets te zien met Schotland… Waarschijnlijk stonden destijds John Martin, Joseph Grade, Albert Moortgat & William Younger aan de wieg van het “Belgisch Speciaalbier”?

British OR not British? That’s THE Question!

Gedurende de tweede wereldoorlog schikte de bezetter “John Martin’s”, in wezen een Engels bedrijf , in de kategorie van vijandelijke bedrijven. Het werd dan ook opgeeist en het werd verplicht om Beck’s bier, geleverd door de Duitsers, af te vullen.
In 1985 vindt een paleisrevolutie plaats: er komt een vreemde eend in de bijt en voor het eerst komt geen “british” maar wel een geestelijk bier het distributieplatform van John Martin’s vervoegen. Het La Trappe gamma, gebrouwen binnen de muren van de Tilburgse trappistenabdij van Koningshoeven krijgt alzo een distributiemogelijkheid buiten haar landsgrenzen. Sinds 2000 werd La Trappe vervangen door het merk Dominus, eveneens gebrouwen door Koningshoeven.
In 1993 wordt, met het merk “Timmermans”, een tweede “onbrits” bier aan het gamma toegevoegd. Het betreft hier niet een distributieakkoord, maar de overname van brouwerij Timmermans door de groep John Martin’s. In die tijd was Timmermans een van de 6 laatste lambicbrouwerijen, het was met verdwijnen bedreigd en de overname redde de brouwerij van de ondergang. In het kielzog van de Timmermans overname vervoegde ook de “Bourgogne des Flandres”, een mengbier bestaande uit lambik van Timmermans en een hooggegistingsbier van Palm, “The Finest Beer Selection” distributieplatform.

Abidjan, here we come!

Op 2 april 2004 staat de familie Martin toe dat Anthony de familiale holding overneemt die de drankenfgroep controleert. Het is dus met “captain Anthony” aan het roer dat het honderdjarig bestaan van “The Finest Company” kan worden gevierd tijdens een onvergetelijke en lange dag in 2009.
In de loop van stelt de meester-brouwer Willem Van Herreweghen een sterk gehopt bier op punt en op het einde van dat jaar kan Anthony met veel fierheid de “Martins IPA” voorstellen. Alle liefhebbers van goed gehopte bieren, te beginnen met uw dienaar en zij gehopt klavier, verheugen zich met deze nieuwkomer. Elk nieuw bier dat goed gehopt is betekent een verrijking voor ons bierpatrimonium.
“The Finest Beer Selection” gamma ga ik u niet opsommen. Anthony vertelt mij dat het meer dan 100 referenties zijn. Dit is het eerste bedrijf ter wereld dat het hele biersegment in een enkel gamma heeft. Anthony werkt nu samen met 12 brouwerijen, met zijn eigen recepten en zijn eigen merken!
Vandaag is John Martin’s met een export van 70 000 HL naar Italië de belangrijkste bieruitvoerder naar dat land. Frankrijk en Spanje (deze laatste met bierwinkel, een 50/50 joint venture met Christian Jardel, een fransman die in Valencia woont) zijn eveneens markten waar het bedrijf heel goed is gevestigd.
Op het ogenblik van ons gesprek, 11 september 12:00 uur vertelt Anthony mij dat Christian Jardel zich in Abidjan bevindt om een nieuw verkoopsbureel te openen, de Martin’s Drinks Selection in de … rue des Brasseurs!!!

1 Er wordt een biertombola georganiseerd. Alle bieren die er bestaan zijn te winnen. Je hebt 5 lotjes gekocht en alle loten zijn winnend. Welke 5 bieren zou je graag willen winnen?

Ik sta mijzelf toe om uw vraag in twee delen te verdelen. Over het algemeen zal mijn keuze gaan naar een Speciaalbier van spontane gisting of een speciaalbier van hoge gisting, zelden zal ik kiezen voor een ondergistend bier...
Enkele jaren geleden waren echte traditionele belgische speciaalbieren een zeldzaamheid en onze speciaalbieren behoren tot de oudsten van België, dit wordt wel eens vergeten.
Het is dus met deze bieren dat mijn reis doorheen mijn bierpatrimonium begint, want een bier wordt voor mij gebrouwen in Nederland en het laatste bier uit mijn lijst is exclusief voor mij en mijn famillie en voor niemand anders, gebrouwen in Dublin!

  1. Martin’s IPA
  2. Gordon Scotch Ale
  3. Oude Lambic gerijpt in eiken Timmermans vaten.
  4. Dominus Triple
  5. Guinness GXS

Rebus sic stantibus, indien u mij nu vraagt om geen bieren uit mijn gamma te vermelden dan gaat u misschien verbaasd zijn:

  1. Orval (dat ik wel eens vergeklijk met onze Martin’s IPA, de toegepaste dry hopping is een grote troef in het bier.
  2. Westmalle Tripel
  3. Lambic (maar gerijpt in eiken vaten en op traditionele wijze gebrouwen.
  4. Veltins Pilsener (Meschede-Grevenstein)

Ik hou opzettelijk een ruimte over want dit staat mij toe om te reizen… het genot van een bier gebeurt ook in functie van de tijd en de plaats…
Zoals bij het reizen, het gebeurt wel eens dat ter plekke een bier héél lekker smaakt, maar thuis meegenomen wacht heel dikwijls een ontgoocheling.

2 Michael JACKSON, Pierre CELIS, en OBP liggen aan de basis van de heropstanding en de erkenning van het Belgisch speciaalbier. Welke journalist, welke brouwer, welke biervereniging ziet u deze fakkel overnemen en waarom deze personen of verenigingen?

U gaat mij nogal streng vinden, maar ik vind dat uw bewering mij reeds zeer subjectief lijkt.
Ik denk dat de opleving en de erkenning van het Belgisch Speciaalbier ruimschoots het kader van je vraag overschrijdt, zelfs al moet ik erkennen dat Pierre Celis en Michaël Jackson hierin eveneens een rol hebben gespeeld.
Ik kan onmogelijk het pionierswerk van mijn grootvader negeren die reeds vanaf 1909 de Red Star Line gebruikte om bieren vanuit Antwerpen uit te voeren naar New-York. Mijn vader voerde reeds vanaf 1929 bier uit naar Frankrijk!
Vervolgens hebben mijn broers, ikzelf en de export manager Hugo Stevens de fakkel overgenomen en onze afzetmarkt naar Frankrijk vergroot en wij hebben eveneens gezorgd voor nieuwe afzetmarkten zoals Spanje en Italië. Wij voeren nu zeer veel bieren uit die in België gebrouwen worden.
Onze concurrenten zoals onze vrienden in Leuven of de brouwerij van Chimay hebben in de erkenning van het Belgisch bier een rol gespeeld.
Daarnaast zijn er nog Belgische bierambassadeurs zoals Christian Jardel (bierwinkel keten) in Spanje, Giancarlo Trizullo en Anesa in Italië en de Amsteins in Zwitserland. Ik kan ze niet allemaal opsommen, maar wij hebben het geluk van meer bierambassadeurs te hebben dan je denkt…
(n.v.d.r. met wat wij nu weten wat de Martin familie heeft gerealiseerd kunnen wij het standpunt van Anthony Martin 100% akkoord gaan… Desondanks zal de vragenstelling, opgesteld door iemand die de bierwereld pas sinds 30 jaar kent, behouden worden. In de introductie van deze 10+1 hebben wij het belang van John Martin en zijn nakomelingen, in het ontstaan van het begrip “Belgisch Speciaal bier” een beetje aangepast. Wij hopen dat anderen dit in de toekomst eveneens zullen doen.

3 Bier & wijn… Ik vind beiden lekker, elk op zijn tijd. Maar daarom moet de biercultuur de wijncultuur niet achternalopen. Of wel?

Wijn heeft ongetwijfeld in de gastronomische wereld ongetwijfeld één lengte voorsprong op bier.
Desondanks, zelfs indien de af te leggen weg nog lang is, heeft speciaalbier troeven die de wijn niet heeft. Het is 100% natuurlijk om onze bieren te koppelen aan smakelijke gerechten om soms onverwachte en nieuwe smaaksensaties te verkrijgen.
Wij hebben zelf niet minder dan 6 receptenboeken gerealiseerd die gastronomie koppelen aan speciaalbier, allemaal in samenwerking met Euro-Toques, Christelle Verheyden “Food Designer”, Peter De Clercq “BBQ World Champion” en nog anderen. Tesamen weten wij dat dat een glas bier goed samengaat met vis, zeevruchten, kip, vlees, deegwaren, fruit, groenten, chocolade…..
De groeiende populariteit van de 75 cl fles is de allereerste bestaansreden van de foodpairing met bier… Jijzelf, Chris bent hierin een grote expert met de geboorte van La Chouffe 6666 jaar voor Christus!
(n.v.d.r. hé, heeft de Chouffelse invloed huis gehouden in het brein van Anthony?)
Deze terechte ontwikkeling wordt afgeremd door de restaurants. De economische realiteit, gekoppeld aan de verkoop van wijn, zelfs een fluitjeswijn, neemt ruimschoots de bovenhand ten opzichte van de organoleptische beleving van een lekker glas bier!
(n.v.d.r. de verkoopsprijs van sommige “vin du patrons” is soms het tienvoudige van de aankoopprijs, ja, het tienvoudige!)

4 In de brouwerswereld heb je de produktiemensen die achter de schermen héél belangrijk werk verrichten. Kent u zo iemand die het verdiend om, bij deze, in het daglicht te worden gesteld en waarom verdient deze persoon uw erkenning?

Er zijn veel mensen achter de schermen. Eerst denk ik aan de brouwmeesters, waar ik niet bijhoor, zoals Willem Van Herreweghen, Jack Harris, John Chambers.
Ze zijn allen als het ware verliefd en gepassionneerd met de brouwerswereld. Het bier is hun leven en hun bestaansreden. Meer dan een passie, deze brouwers kunnen zich geen ander bestaan inbeelden!
Neem als voorbeeld br. Timmermans, de oudste lambiekbrouwerij ter wereld. De adelbrieven aan deze mytische brouwerij terugbrengen is een gemeenschappelijk project van Willem en ons bedrijf. De traditionele brouwmethode, het rijpen in eiken vaten, respect voor traditie en de methodes van onze voorouders is in dit projekt ons streefdoel. Net zoals zijn vader jaren geleden, zorgt Willem dat de lambiek, na tientallen jaren verwaarlozing, haar adelbrieven terugwint.

4b Wie “A” zegt moet “B” zeggen, dus heb je in de brouwerswereld “marketingmensen” en/of “verkoopsmensen” die op een geniale wijze van een bier een bestseller weten te maken. Kent u zo iemand of een team die het verdiend om, bij deze, in het daglicht te worden gesteld en waarom verdient deze persoon uw erkenning?

Ondanks het feit dat ons bedrijf “awards” zoals: marketeer van het jaar, beste lancering en nog zo wat van deze zaken verzamelt, blijft het essentieel om de eigen passie te kunnen beleven: het kunnen doen en het doen kunnen! Het is een dagelijkse uitdaging.
Het enige voorbeeld dat ik zou nemen is de erkenning van Theo Vervloet, voorzitter van de Belgische Brouwers. Deze heeft onze inspanningen erkend betreffende Lambic Timmermans, het eerste geslaagd voorbeeld van de verrijzenis van een categorie die destijds werd opgegeven.

5 Het is een “must” dat elk Belgisch biercafé dat zich respekteerd een aparte lijst heeft voor de Trappistbieren. Wat vindt u hiervan?

Het is meer dan hoogtijd dat de Belgische horeca wakker wordt.
De bierkaart van de cafe’s zijn meestal, indien ze niet gemonopoliseerd worden door onze industriele pilsbieren, dikwijls een mengelmoes of een puzzel, of een samenraapsel van producten gekozen zonder echte kennis van de complexiteit en de cultuur van het bier.
Een intelligente en doordachte structuratie zou zonder enige twijfel onze consument toestaan om beter het pad van ons speciaalbier te bewandelen en om ernaar terug te keren zonder de herkenningspunten te verliezen.
Destijds waren de Engelse bieren goed weergegeven en samengebracht. Hierin hebben wij een rol gespeeld, dat weet je wel.
Nu zijn de Trappisten eveneens samengebracht, uitstekend. En wanneer de lambieks, de geuzen, de abdijbieren, de zurige vlaamse bieren en ik vergeet er nog…?

6 Is de slogan « België bierland » overroepen of terecht? …

Destijds zou ik Groot-Brittanië en Ierland geantwoord hebben. De Engelse bieren zijn de echte speciaalbieren.
Maar hebben de Belgische Benedictijnen niet de hop naar Engeland gebracht?
En beheersen de Belgische brouwers niet alleen de kunst van het brouwen, maar eveneens de kunst van het temmen van de wilde gisten?
Is het niet paradoxaal dat de Engelsen zich nu hebben toegespitst in een zekere vorm van industrialisatie? Dus, ja, België is nu duidelijk wel het land van het bier.

7 Met de Europese normen is het risiko heel groot dat de kleinere of beginnende brouwers in problemen komen. Een optisch flessenkontroleertoestel kost al gauw 200 000 Euro. Dit is slechts een voorbeeld van wat Europa de brouwers kan opleggen. U kent waarschijnlijk nog andere voorbeelden? …

Zoals de Usanen Roquefort kaas willen verbieden, moeten wij bevreesd zijn dat sommige van onze tradities in gevaar komen. Dit gevaar loert niet alleen op de exportmarkt, maar ook hier dank zij sommige nieuwe Europese normen.
Ik herinner mij nog mijn eerste bezoek aan een lambiekbrouwerij. De aanwezige katten verminderden de aanwezigheid van de ratten en de muizen. De spinnen waren noodzakelijk om de insecten te bestrijden en zo ging het verder!
Dikwijls zijn onze inspecteurs dierenartsen, ze zijn beter gevormd voor vleescontroles en de er aan gepaard gaande problemen in geval van slechte hygiëne.
Heb-je al eens de werking van spontane gisting proberen aan te tonen aan voedingsinspecteurs? Praat maar eens met deze mensen over wilde , maar voor ons o zo nuttige omgevingsbacterien, die zorgen dat onze brouwsels zich goed omtwikkelen…
Wij leggen ons bij Timmermans toe op het doen herleven van oude recepturen, de traditie en het subtiel huwelijk van het kunnen doen van de natuur en het doen kunnen van de mens!
Al deze alchemie staat dikwijls haaks op de laatste normen van de veeartsen, maar nooit staat deze alchemie haaks op de kwaliteit of de hygiëne.

8 Bij de USANEN is Belgisch bier momenteel zéér populair. Zo populair dat ze onze bieren beginnen te clonen. Wat denkt u van deze evolutie?

Wij, spelen niet onze rol en wij laten ons om de tuin leiden door sommige weinig scrupuleuze piraten, die in staat zijn om de meest katastrofale copieën uit te vinden, dat ze op ongelukkige wijze onze beste brouwsels clonen… Nog erger, ze eigenen zich onze namen toe, onze merken. Sommigen gaan zelfs zo ver dat ze Belgium of Belgian gebruiken in bedrijfsnamen die niets met ons hier te lande te maken hebben.
Het is hier dat een rol is weggelegd voor een organisatie zoals “Belgian Family Brewers” om op energieke wijze te reageren teneinde onze “know-how” te beschermen.

9 Dort, Deense Pils, Engelse bieren kenden destijds een groter succes in België dan nu. Waaraan kan dat liggen? Is de Belg dan toch een chauvinist? ….

Fundamenteel heeft geen enkel buitenlands bier zoveel succes gekend als het Engels bier. Dit Engels bier diende destijds als lanceringsplatform voor het Belgisch Speciaalbier!
De ontwikkeling van het speciaalbier heeft enorm veel te danken aan deze erfenis. Zelfs DUVEL (en het is niet het enige) is het gevolg van een “ongevalbrouwsel” met Schotse gist!
Het is niet aan het chauvinisme te danken dat Belgisch bier hot is, maar eerder de beheersing van de nieuwe brouwtechnieken en van de isolering en de ontwikkeling van de giststammen.
Dit is het resultaat van de groeiende belangstelling van onze universiteiten, Leuven en Gent voorop. Deze werken samen met sommige van onze beste brouwerijen en het gevolg is dat al dit fundamenteel onderzoek voor een nieuwe wind heeft gezorgd in de brouwerswereld, niet alleen in België, maar wereldwijd!
Wij mogen ook niet vergeten dat de enorme sympathie voor de bevrijders na de twee wereldoorlogen voor een klimaat zorgde ten gunste van Pale-Ale’s en de cola’s. Vergeet niet dat mijn grootvader John Martin officieel Antwerpen als “bevrijd” mocht verklaren na de tweede wereldoorlog!
Wanneer ik nu het succes van de Gordons, de Guinness, de Indian Pale Ale bekijk, dan stel ik vast dat wij van deze merken nog nooit zoveel hebben verkocht. Dit heeft te maken met de groei van de markt in het algemeen en de toename van het aantal goede bieren aangeboden in ons gamma en erbuiten.

10 Welk is uw « onvergetelijkste » bierherinnering? …

Een uitstekende vraag! Ik heb zoveel herinneringen.
Ik zal je een memorabele maar terzelfdertijd onaangename herinnering ophalen.
Met collega brouwers nam ik deel aan een voedingsbeurs in Tokyo. De belgische organisatie die instond voor het gemeenschappelijk regionaal paviljoen vond er niets beter op dan een wijndegustatie te organiseren in het centraal gedeelte van onze gemeenschappelijke standen.
(n.v.d.r. Dit is typisch Belgisch, onze bestuurders en politieke verantwoordelijken zouden moeten ijveren dat Belgisch bier i.p.v. Franse wijn word geschonken op offi ciële recepties, TV-uitzendingen e.d.m. Zolang dit niet het geval is zullen wij nooit 100% “Het land van het bier” zijn).
Het is ook jammer dat wij verplicht zijn om voor een regio te kiezen. Vlaanderen, Wallonië of Brussels gewest zijn onbegrijpelijk voor de buitenlanders.
Daar in Tokyo ben ik beginnen in te zien dat niemand profeet is in zijn eigen land en dat onze promotietaak gigantisch zou zijn en dat wij zeer veel geduld zouden moeten opbrengen met onze “provinciale”, “regionale” en “nationale” vertegenwoordigers!

10+1
UW VRAAG Welke vraag had u graag gehad dat ik zou hebben gesteld? Dus: uw vraag & uw antwoord? ….

Verduiveld… geen enkele vraag over onze toekomstplannen en onze vooruitzichten op middenlange termijn en te verwachten verrassingen? Des te beter, ik zou het moeilijk gehad hebben je hierop op een eerlijke wijze te antwoorden.
Daarentegen valt de ontwikkeling van micro-brouwerijen moeilijk weg te cijferen. Het is niet alleen een Usaans fenomeen. Het verspreid zich nu in Spanje, Frankrijk en vooral in Italië.
(n.v.d.r. in een van de vorige edities van BPM hardden wij er de lezer al attent op gemaakt dat Italië nu 400 microbrouwerijen telt en Frankrijk 300).
En waarom geen microbrouwerijen bij ons?
Het is een interessant, zelfs een brandend onderwerp. Velen zullen er hun vleugels aan verbranden, maar er bestaat zeker een opportuniteit in dit segment dat zich in België nog moet ontwikkelen.
Wat ons betreft, wij zijn niet zinnens om het fenomeen “micro-brewery” naast ons neer te leggen en wij kondigen bij deze enkele verassingen aan voor de toekomst in deze sector!

De Engelse invloed op het Belgisch speciaalbier…

Het zeer interessant gesprek met Anthony Martin deed bij ons wat vragen rijzen betreffende de invloed van de Britten op ons Belgisch Speciaalbier. Een paar getuigenissen van al dan niet bekende bierpersonen geven aan deze stelling dat de Britse brouwers hun Belgische collega’s hebben beinvloedt. nog wat meer draagkracht.

Getuigenis 1, Frank Boon :

Engelse bieren: er waren al wel in de 18e eeuw Engelse bieren verkrijgbaar in Antwerpen, Brussel en Parijs, maar dit waren dure Porters en Stouts, later Pale Ale, altijd in flessen met een beetje nagisting. In de 19e eeuw waren de sterkste bieren in ons land Geuze (7 Vol %) en het Gildenbier van Diest (8 Vol %). Er waren toen ook Duitse Salvator, Engelse Ales, etc… als zware bieren verkrijgbaar, meestal in hotels of enkele sjieke tavernes.
Wat de Engelse biergist betreft: er bestond reeds in de 19e eeuw een handel in gedroogde biergist die toen door vele brouwerijen werd gebruikt. Deze gist was niet steriel, maar men brouwde toen het bier zo bitter dat het toch voldoende bewaarde. De eerste belangrijke consultant van Engels bier in ons land was George Maw. Johnson uit Canterbury die in 1883 een eerste keer naar België kwam. In 1887 schreef hij het boekje : “Traité Pratique de la Brasserie et du Maltage Anglais et Fabrication des bieres Anglaises, y compris Leur adaptation aux systèmes Belges et Français” en werd hij, consultant in een veertigtal Belgische en enkele Franse brouwerijen. Johnson bezorgde gist, deed waterontledingen, paste het moutproces aan, etc… Hij stichtte later “Le Petit Journal du Brasseur”, door iedere brouwer wel bekend. Onder zijn impuls en met de medewerking van de brouwerijscholen ontstond het Belgische “Speciale Belge” type en brouwden vele Belgische brouwerijen een Scotch, Stout of Pale Ale, vooral vanaf 1890-1900.
Ik ken vele verhalen van “gist halen in Engeland”. Albert Moortgat heeft mij ooit verteld dat hij voor zijn Duvel een mengsel gebruikte van meerdere gisten, afkomstig van de brouwerij die Mc. Ewan brouwde. Dat klopt met uw verhaal, want dit bier werd gebrouwen door William Younger (later overgenomen door Scottish and Newcastle). Volgens Albert Moortgat had professor Biourge uit de Schotse meng-gist 3 stammen geselecteerd die apart werden opgekweekt en daarna samen werden ingezet voor het vergisten van hun zwaar bier.
Hoe Albert Moortgat aan die gist geraakt is, weet ik niet maar er gingen wel heel veel Belgische brouwers op bezoek naar Engeland en het was niet moeilijk om een beetje gist uit een open gistkuip in een steriele zakdoek te weg te vouwen. Ge hebt niet veel cellen nodig…
De gist van Grade was en is een POF-gist, niet echt een Engels type. Ik heb wel eens gehoord dat die altijd in de brouwerij was, ook toen het bier nog “Saison Vieux Temps” noemde. Meer weet ik er niet van.
Een sleutelrol in al die gistzaken speelden toen de professoren Biourge en Verelst (KUL). In Brussel (Ceria) waren dat Marc Van Laer en M. Ketelbant. De brouwerijscholen hadden een grote gistcollectie en hielpen hiermee vele brouwers.

Getuigenis 2, mailvraag aan Hedwig Neven:

Wat is “POF-gist”? Antwoord: Phenolic Off Flavour, 4 vinyl guaiacol toestanden… cfr Leffe (als type voorbeeld), maar ook onze bieren hebben wat van die 4VG. (een wetenschappelijk antwoord van de hoofdbrouwer van DUVEL-MOORTGAT… Die onbewust de link tussen de gist van brouwerij Grade en brouwerij Moortgat bevestigd… Merci Hedwig)

Getuigenis 3, Raymond Moureau.

Raymond Moureau even voorstellen: Raymond Moureau kon in 1969, op 24 jarige leeftijd, aan de slag bij brouwerij Grade, de brouwerij die destijds Vieux-Temps en Leffe brouwde als jonge laborant bij de brouwerij. Raymond Moureau is nu productieleider van de Roemeense brouwerij Robbere in Galati (aangekocht door Br. Martens in 1998) .
Raymond Moureau getuigt: Jules Grade vertelde mij de historiek van de oorsprong van zijn gist in het begin van mijn carrière als verantwoordelijke van het labo van zijn brouwerij te Mont St-Guibert. “Naar Schotland met Albert Moortgat bij William Younger in Edinburg in 1923”. Ik herinner mij nog steeds goed het verhaal van Jules Grade en vooral het jaartal… Jules Grade was hier zeer fier over, aldus Raymond Moureau.

Getuigenis 4, Robert Putman…

Robert werd technisch directeur van Brouwerij Maes in Waarloos, Brasserie Union in Jumet en Brouwerij Mort Subite in Kobbegem. Na de fusie van de groep Maes en Alken-Kronenburg kreeg hij ook de technische verantwoordelijkheid over hun brouwerijen in Alken en Zulte. Een keerpunt in de geschiedenis van bier is de periode van 1875 tot 1900 dus het einde van de 19-de eeuw. Denken we maar aan L.Pasteur, Latour, Schann en Cagniard met hun boek ‘ Etudes sur la Bière “ aan Carl von Linde met uitvinding van de koelmachine, Emil Hansen en gistreinculturen en de pioniers van de lage gisting technologie, Gabriël Seldmayr en Anton Dreher en zeker Frontisek, Ondrej Poupé van Pilzen.
In ons land was de kwaliteit in die tijd niet bijster goed. Vele brouwers gebruikten noch thermometers noch densimeters. De overheid maakte zich zorgen over de kwaliteit van het bier.
Volksvertegenwoordiger Systermans uit Brussel, voorzitter van L’association générale des Brasseurs Belges” had op het congres van de brouwers in 1880 gepleit voor de oprichting van brouwerijscholen in ons land. En die kwamen er. In 1887 in Gent de Ecole professionelle de Brasserie en ook in dat zelfde jaar de Ecole Supérieure d’ Agriculture, speciaal gericht op de brouwerijsector aan de universiteit van Leuven. Het brouwerijprogramma diende in een wetenschappelijk onderwijs ingebed te worden gegeven.Vijf jaar later in Gent de Ecole Technique de Braserie, annexée a l!institut Saint-Lievin.
Het doel van het onderwijs was, brouwingenieurs te vormen, wetenschappelijk onderzoek verrichten en diensten verlenen aan brouwerijen.
De overheid zorgden ervoor dat de brouwers in contact werden gebracht met de nieuwe technologie van het Beiers bier (lage gisting ) door reizen te organiseren naar Munchen.
De nieuwe technologie werd zeer traag aanvaard in ons land. Ook beide wereldoorlogen zeer kort na elkaar deden het aantal brouwerijen drastisch verminderen. De “ lage gisting “ de Pils productie was begonnen maar de hoge gisting bleef ook.
Na de WO II veranderde de brouwerijen van arbeidsintensieve bedrijven naar kapitaalintensieve bedrijven. Automatisatie, rationalisatie en concentratie was het motto. Groot-Brittanië was het land van hoge gisting gebleven en tussen Britse brouwers en Belgische brouwers werden er overeenkomsten gesloten. Britse bieren, gebrouwen en gegist, gelagerd al of niet gefilterd kwamen per tankwagen de Noordzee over en werden hier afgevuld. Denken we maar aan Bass, Withbread, Double Diamond , Red Barrel, Scotchale… en vele anderen. Deze bieren kregen een Belgische touch door de gepaste koolzuurverzadiging, aandacht voor schuim en schuimhoudbaarheid en het typisch parelen van koolzuurbellen in de bierglazen. Het “ pale-alelleke was in. Natuurlijk kwam er reactie. De Belgen brouwden zelf hun ales, denken we maar aan het grote succes van Ginder-ale( Merchtem ), Op-ale ( Opwijk ) en van kleinere brouwerijen zoals “ De Sleutel” van Betekom met zijn Bets-ale.
De “ rage “ van de ales kenden na een tijd zijn einde maar de typische Belgische ales bleven zoals Palm en De Koninck. De rage van Ales werd opgevolgd door de rage van de Dort (Dortmunderbier of Export) nadien kwamen de Deense bieren Carlsberg en Tuborg en dan de Witte bieren.
Pilsbieren kenden een zeer sterke stijging in België tot 1985 dan kwamen andere hoge gistingsbieren weer aan de beurt zoals de Trapistbieren en Abdijbieren en Belgische zware blonde bieren.
Wat zal Robert te vertellen hebben in een komend nummer van BPM?

Getuigenis 5, in feite een copy/paste van de website van DM:

1900: De tweede generatie Moortgat
De zaken floreren intussen en ook Jan-Leonards beide zonen, Albert en Victor, stappen in de zaak. De taken worden netjes verdeeld: Albert wordt de brouwer, Victor verzorgt de levering via paard en kar naar Brussel. De Eerste Wereldoorlog brengt België in contact met Engeland en vooral met Engelse Ales, die rond die periode een behoorlijke populariteit genoten.
1918-1923: De aanloop tot een succesproduct
Albert besluit eveneens een graantje van het succesverhaal van de Engelse ales mee te pikken en een bier te ontwerpen naar Engels model, de Victory Ale. Voor de creatie van een dergelijke ale is een staaltje plaatselijke gist echter onontbeerlijk.
De Engelse invloed op het Belgisch speciaalbier is gewoon een feit! Maar de Belgische brouwers hebben het beste van de twee werelden kunnen koppelen : het beste van de Britse traditie en het beste van de nieuwe brouwtechnologiën en… de toekomstige brouwtechnologiën, want het Belgisch brouwonderwijs behoort tot de beste ter wereld, zoniet is het het beste ter wereld…

 

Bron: Chris Bauweraerts, Bierpassie Magazine, 2013, Nr. 57

Reacties

  • W
    W 2034 dagen geleden

    Misschien de dt-fouten eens uit de vragen (4a en 5) halen? Ze staan ook in BPM nr. 60.